Vrijzinnig geloven is een vragende manier van geloven

Columns

Header2
Appelboom met kabouter

Oordelen

Op 17 november  j.l. was er in Trouw een niet mis te verstane zin te lezen.  Daarin werd een oordeel uitgesproken over  een vrouw die zich verkiesbaar wilde stellen voor de S.G.P.  

Lilian Janse, die deze zin in haar mail aantrof, was er danig van geschrokken: “De hel juicht, als u op de kandidatenlijst komt” was de boodschap. 

 

In beginsel   voelde ik me wat lacherig worden. Ik geloofde mijn ogen niet. Zoiets kon een mens toch niet serieus nemen? Dit is een overtuiging die wel   héél ver van 1 Korinthe 13 af staat. Zo dacht ik gelijk. En ik schudde mijn wijze hoofd.  

Altijd fijn en voldoening gevend voor jezelf, om te weten dat een ander het bij het verkeerde eind heeft…  

 

Aan de andere kant maakte het me stil. 

Iemand meende deze waarschuwing te moeten richten naar de voorvechtster voor vrouwendeelname binnen de S.G.P. 

Hoe krom ik zo’n uitspraak ook ervaar en afkeur: ik wil ervan uitgaan dat hij/ zij meende hier goed aan te doen.   Ongetwijfeld meende de auteur dat het koninkrijk van God ermee gediend zou zijn.  Wat weet ik van de beweegredenen? Waarom sta ik gelijk klaar met mijn lacherige oordeel?  

 

Over oordelen gesproken: 

Sinds kort wonen Arthur en ik in Lunteren.  Vrienden en bekenden fronsten soms zorgelijk hun wenkbrauwen bij het horen van onze plannen om naar Lunteren te verhuizen.  “Jullie wonen toch prachtig. Waarom zou je weggaan en bovendien: jullie komen terecht in de Biblebelt”. Jullie zijn vrijzinnig in hart en nieren.  

Dat is toch geen plek voor jullie?  

 

De vrienden hadden deels gelijk. Wij woonden prachtig, al jaren, en hadden onze draai gevonden in kerk en samenleving.  

Beiden zijn we 70+. Waarom zouden we op deze leeftijd nog verkassen. 

Toch voelde de gedachte als een verfrissende uitdaging.  We waren al tijden op zoek naar een levensloopbestendig huis. Al diverse malen wisselden we van woonplaats. Daarbij ontdekten we dat overal, (echt overal) fijne mensen wonen. En dat je dus ook overal (echt overal) nieuwe vrienden kunt maken. En dat die vrienden niet een kopie hoeven te zijn van onszelf, dat ze hun eigen overtuiging en gedachten mogen hebben. Ook als wij daar, voor onszelf geen “Amen” op kunnen zeggen.  

 

Inmiddels hebben wij hier gesprekken mogen voeren met mensen, die niet zo snel het Witte Kerkje in zullen stappen.  Mensen, die andere leefregels hanteren, maar die op eigen unieke manier deel uitmaken van onze veelkleurige schepping.  En ik denk uiteindelijk ook dat het niet “vrijzinnig” is, om met een oordeel te wapperen.  

 

Nee, ik zeg beslist geen Amen op die ene zin, die Lilian in haar mail aantrof. Zó “vrijzinnig” ben ik nu ook weer niet.  

Ik hou het liever bij die simpele oproep van Toon Hermans:  

 

Hoe de mensen ook verschillen;  

Neem ze toch zoals ze zijn. 

Tracht de luiden niet te stillen, 

Maak wie groter zijn niet klein. 

Opdat alles zou verschillen, 

Is een dame geen meneer. 

Al zou de appel anders willen:  

Altijd blijft een peer een peer.  

 

Fijn dat Arthur en ik deel uit mogen maken van deze veelkleurige gemeenschap, met al zijn verschillende appels en peren.  

 

Minny van Oortmerssen  

 

Laatste columns

Terug naar de oerbron

Heilig

De schoonheid van vergankelijkheid.

Een uiltje knappen

Gáán! En dan kan het gebeuren …

TOEVAL

Boswandeling………..

Oude voetpaden

Oog voor het Schone

LIEFDE

Portretten……….

Vergezicht

Stabat Mater

LAVA

Reizigers

De meent

Weerloos is van waarde

Godstransport

Aandacht en stilte

Dwalen